Skip to content

Gebieden & opstellingen

Systemisch intelligenter navigeren in maatschappelijke-
en gebiedsopgaven

Martine Verweij en David van Zelm van Eldik

Ervaar je maatschappelijke weerstand en onrust of worden doelen niet gehaald?

Merk je dat organisaties waar je mee werkt ruzie maken, of dat het heel lang over dingen gaat waar het niet over zou moeten gaan?

Is een proces ondanks goede intenties aan het vastlopen?

Grote kans dat er op de ‘systemische’ laag iets aan de hand is. Dit wordt ook wel de onderstroom genoemd.

Wil jij systemisch intelligenter navigeren in maatschappelijke opgaven of gebiedsprocessen? En daarbij voorbij het menselijke perspectief komen?

Stel je dan open voor wat systemische manieren van werken en systemische principes en patronen aan inzichten kunnen brengen.

En ga met ons op zoek naar dat wat ‘gedoe’ en ‘problemen’ ons te vertellen hebben over wat niet gezien mag worden, wat buitengesloten blijkt te zijn, dat waarvan veel te veel gegeven of genomen werd, of dat wat z’n bestemming blijkt te hebben bereikt.

Ontdek ook hoe de relatie tussen mensen en een landschap, een plek, de bodem of het watersysteem, een gebiedsproces beïnvloedt. Of hoe maatschappelijke trauma’s uit het verleden vernieuwing in het heden beïnvloeden.

Wie wij zijn

Zowel Martine Verweij als David van Zelm van Eldik, zijn systemisch geschoold en benutten een systemische manier van werken in hun eigen praktijk.

Martine Verweij geeft 2,5 dag in de week leiding aan het Maatschappelijk Verantwoord Innoveren programma van de Topsector Energie.

Martine Verweij geeft 2,5 dag in de week leiding aan het Maatschappelijk Verantwoord Innoveren programma van Energy Innovation NL en werkt daarbinnen en daarnaast aan maatschappelijke transitievraagstukken vanuit het door haar opgerichte samenwerkingsplatform Green Bridges.

Ze is systemisch geschoold bij het Bert Hellinger Instituut en begeleidde opstellingen over opgaves zoals de toekomst van de industrie in Zeeland, de uitrol van waterstof in Noord-Nederland en de uitrol van wind op zee.

“Bij systemisch werken gebruiken we ons hele lijf en al onze intelligentie. Niet alleen ons analytisch vermogen, maar ook onze ‘conceptuele intelligentie’ en onze ‘belichaamde intelligentie’.

Dat is veel effectiever, dan alleen vanuit analytisch vermogen aan systeemvraagstukken werken.”

David van Zelm van Eldik is lang programmaleider ONS Landschap geweest voor het Ministerie van Volkshuisvesting.

David van Zelm van Eldik is lang programmaleider ONS Landschap geweest voor het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en beleidscoördinator Mooi Nederland. Per 1 januari 2026 start hij als manager van het Nationale Parkenbureau. Hij integreert systemisch werk in het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving en in het begeleiden van complexe gebiedsprocessen.

Hij is opgeleid als landschapsarchitect en daarnaast systemisch geschoold bij onder andere de Academie voor Opstellingen.

“De meeste beleids- en gebiedsprocessen worden geleid vanuit de behoefte om de complexiteit te reduceren. Niet alle waarden en belangen worden aan de bestuurlijke tafels gezien en meegenomen.

Door te onderzoeken wat in de onderstroom speelt, kan recht worden gedaan aan ruimtelijke kwaliteiten die ertoe doen. Ik zie een systemische benadering als
een krachtige manier om processen vlot te trekken door de complexiteit juist te omarmen.”

Over onze Samenwerking

We ontmoetten elkaar in 2019 bij een bijeenkomst van vernieuwersnetwerk ‘De Oogst van Morgen’. We bleken beiden systemisch werk in te zetten ten behoeve van maatschappelijke- en gebiedsgerelateerde vraagstukken. En zouden allebei later die zomer een aantal opstellingen begeleiden op duurzaamheidsfestival Springtij.

Op Terschelling spraken we door over onze ervaringen. Het verlangen groeide om meer van elkaar te leren en samen op te trekken. We daagden elkaar uit om samen een systemische leerlijn te ontwikkelen voor professionals die net als wijzelf werken aan maatschappelijke- en gebiedsgerelateerde processen. En daarbij systemisch intelligenter zouden willen navigeren.

Op weg naar deze systemische leerlijn ontstond een verrassend complementair samenwerkingsverband.

We houden beiden van zaadjes planten die mogen groeien én van ‘oogsten’ van inzichten die ontstaan door af en toe boven alle opgaves te hangen waar we systemisch mee aan de slag zijn geweest.

Al schrijvend en tekenend lijkt er stapje voor stapje een gezamenlijke kennisbasis te ontstaan, die we graag delen met een professional zoals jij, die ons hebt gevonden. Zo willen we een bijdrage leveren aan het zich rap ontwikkelende veld van systemisch werk voor maatschappelijke- en gebiedsgerelateerde opgaven.

Onze manier van werken

We werken met vijf spelregels. Zo blijft een opstelling of systemisch ritueel veilig voor de inbrenger(s) en voor representanten. Deze spelregels zijn ook belangrijk om de effectiviteit van systemische werkvormen te maximaliseren. Ze zorgen ervoor dat alle deelnemers zo goed mogelijk hun bijdrage aan een systemische verkenning kunnen leveren. Tenslotte zijn de spelregels ook van belang om systemische werkvormen zelf te beschermen. Tezamen creëren de spelregels een brede, veilige en duidelijke bedding.

De werkvorm is een gezamenlijk onderzoek en biedt geen garantie tot oplossingen of antwoorden.

1. Verwachtingen

Experiment

De werkvorm is een gezamenlijk onderzoek en biedt geen garantie tot oplossingen of antwoorden. Samen gaan we op weg met een heldere intentie die is gekoppeld aan de vraag van een vraaginbrenger, maar zonder verwachtingen over het resultaat.

Begrijpen

Ondanks wetenschappelijk onderzoek weten we nog niet waaróm een opstelling werkt. We weten na honderden jaren ervaring in tientallen culturen wel dát het werkt en doen daar ons voordeel mee. Het is net als met de zwaartekracht, we maken gebruik van het effect, zonder de achterliggende principes helemaal te doorgronden.

Geen toneel

Een opstelling is geen toneelstuk. We spelen niet na wat we denken dat er in de realiteit gebeurt. We ervaren wat er is of ontstaat op dat moment. We weten van te voren dus nooit wat er gaat komen. Blijf je er tijdens de opstelling van bewust of je iets daadwerkelijk ervaart, of dat je eigenlijk naspeelt wat je al weet of verwacht. Is het laatste het geval, schakel je aandacht dan terug naar je ervaring in het nu, of stap uit de opstelling.

We staan Open voor wat zich aandient en zijn Eerlijk over wat we ervaren en Nieuwsgierig naar wat we nog niet weten.

2. Houding

OEN: We staan Open voor wat zich aandient en
zijn Eerlijk over wat we ervaren en Nieuwsgierig naar wat we nog niet weten. We zijn niet op zoek naar wat we al wel weten of bevestigd willen zien.

Verantwoordelijk: We hebben een gedeelde verantwoordelijkheid, we dragen samen wat zich manifesteert, we zijn allemaal 'space holder' om dit experimenteel onderzoek te laten lukken.

Aandachtig: Met een aandachtige en geconcentreerde houding dragen we het meeste bij aan de juiste condities voor een opstelling. Ga niet onderling smoezen of andere dingen doen, maar probeer met ontspannen aandacht aanwezig te zijn bij wat zich aandient.

De vraag die we met deze werkvorm onderzoeken is altijd systemisch van aard en heeft te maken met de onderstroom van de systemen

3. Werkvorm

Onderstroom: De vraag die we met deze werkvorm onderzoeken is altijd systemisch van aard en heeft te maken met de onderstroom van de systemen of gebeurtenissen die we waarnemen in de wereld. Het is dus geen financiële, technische of praktische vraag, waar een financieel, technisch of praktisch antwoord bij hoort.

Ervaren: de werkvorm gaat over het waarnemen van wat zich manifesteert. We ervaren met ons lichaam wat er is op dit moment. We nemen waar wat we zien, horen en voelen. Concentreer je op onderlinge relaties tussen jou en andere representanten en op sensaties in je eigen lichaam. Als je merkt dat je hoofd actief wordt, ga dan weer terug naar de ervaringen in je lichaam. Dit geldt zowel voor de representant als voor de toeschouwer. Probeer (nog) niet te interpreteren of begrijpen wat je ervaart of doet.

Bewegen in stilte: We voeren handelingen uit indien we daartoe de bewegingsimpuls voelen. Niet omdat we denken dat we iets moeten doen. Ga staan op de plek waar je voelt dat je moet staan, beweeg of ga zitten als dat voor jou klopt op dat moment. Voel je vrij om elke beweging te volgen die je lichaam aangeeft. Ga als representanten niet onderling in gesprek. Spreek als representant en als toeschouwer alleen als je daartoe door de begeleider wordt uitgenodigd.

Een representant is de plaatsvervanger van een persoon, fenomeen of iets anders.

4. Representant

Onbekend: Een representant is de plaatsvervanger van een persoon, fenomeen of iets anders. Het is het meest eenvoudig om 'zuiver' te representeren, als je niet teveel weet over of verwachtingen hebt van datgene wat je representeert. Het risico bestaat dan namelijk dat je vooral je eigen kennis of verwachtingen zult ervaren en tonen in de opstelling. Stap dus niet in een opstelling als je je te zeer vereenzelvigd met datgene wat je te representeren hebt.

Weigeren: indien je wordt gevraagd voor iets of iemand representant te zijn, mag je altijd zonder opgaaf van redenen weigeren.

Ook een toeschouwer neemt actief waar wat zich manifesteert, zoveel mogelijk zonder te interpreteren of bevestigd te zien.

5. Toeschouwer

Ervaren: Ook een toeschouwer neemt actief waar wat zich manifesteert, zoveel mogelijk zonder te interpreteren of bevestigd te zien wat hij of zij al weet.

Deelnemen: Wanneer je voelt dat er iets ontbreekt in de opstelling dan mag je in overleg met de begeleider deelnemen aan de opstelling. Je zit er dan in veel gevallen eigenlijk al in.

Aanbod

We organiseerden de afgelopen jaren drie keer per jaar een systemische werkplaats gebiedsopstellingen en maatschappelijke opgaven, voor maximaal 15 deelnemers per keer.

In 2025 werd het aanbod iets anders. We organiseerden in het voorjaar een werkplaats die op zichzelf te volgen is en in het najaar een werkplaats XL, die bestond uit twee fysieke dagen en een online intervisie sessie tussentijds. Dit recept gaat op herhaling in 2026. Dat levert het volgende aanbod op voor 2026.

Aanbod 2026

De 1-daagse voorjaarswerkplaats van 2026 vindt plaats op 20 maart (9.00 – 17.00)

De werkplaats XL vindt plaats op 18 september (9.00 – 17.00) en 6 november (9.00 – 17.00). Tussendoor vindt een online theoretische verdieping en intervisie plaats. Deze vindt plaats op vrijdagochtend 16 oktober van 9.30-12.00.

Let op: deze laatste drie data vormen één geheel. Deze krijgt het karakter van een ‘mini-opleiding’. Je kunt derhalve alleen inschrijven voor deze drie data samen.

Voor alumni

Dit jaar organiseren we voor alumni van onze werkplaatsen twee keer een online intervisiemoment. Op 17 april en 11 december van 9.30 – 11.30.

We overwegen ook een 2-daagse te organiseren voor alumni, mits daar voldoende animo voor is. Laat ons weten als je hier interesse in hebt.

Waarom deelnemen aan een werkplaats?

In een werkplaats gebiedsopstellingen en maatschappelijke opgaven:

– maak je kennis met de praktijk (en theorie) van systemisch werken rond maatschappelijke- en gebiedsopgaven

– ontdek je diverse relevante systemische werkvormen, waarbij je wordt aangemoedigd deze in de eigen praktijk toe te passen

– kan je eigen vraagstukken inbrengen die ter plekke systemisch worden verkend, waarna hierop wordt gereflecteerd met de groep

– leer je samen met andere professionals om gemakkelijker systemisch te
navigeren in de complexe opgaven waar je bij betrokken bent/
voor aan de lat staat

De structuur van een 1-daagse systemische werkplaats maatschappelijke opgaven en gebiedsopstellingen is op hoofdlijnen als volgt:

Ochtend
  • Check-in ronde – inventariseren vraagstukken
  • Korte uitleg over systemisch werk, werkvormen en theorie
  • Systemische warming-up – korte oefening in tweetallen
  • Aan de slag met eerste vraagstuk via een opstelling
  • Oogst inzichten
  • Lunch
MIDDAG
  • Korte systemische oefening in twee- of drietallen
  • Aan de slag met tweede vraagstuk via een opstelling
  • Oogst inzichten
  • Afronding

Locatie

De 1-daagse en XL-systemische werkplaatsen vinden plaats bij Bedrijfsverzamelgebouw De Compagnie. 32 Geestbrugkade. Rijswijk.

Inschrijven en tarieven

Inschrijven voor een van deze systemische werkplaatsen of de deep dive voor alumni kan door een e-mail te sturen naar info@gebiedsopstellingen.nl onder vermelding van naam, factuurgegevens en datum/data van deelname. Of (onze voorkeur) door naar www.greenbridges.nl/events te gaan en direct in te schrijven en ook online te betalen.

Het tarief voor deelname in 2026 aan werkplaatsen is gestaffeld:

200 euro, exclusief BTW – tarief voor ZZP’ers en privé-personen
300 euro, exclusief BTW – tarief voor deelnemers vanuit een organisatie

Kosten voor de werkplaats XL zijn:

500 euro, exclusief BTW – tarief ZZP’ers en privé-personen
700 euro, exclusief BTW – tarief voor deelnemers vanuit een organisatie

Dit is inclusief versnaperingen en lunch.

Let op: Doe je in 2026 mee met de 1-daagse in maart én met de werkplaats XL dan ontvang je 10% korting op de totale inschrijvingskosten.

Voel je wel een verlangen/ urgentie om deel te nemen maar heb je op dit moment niet de financiële draagkracht, neem dan contact met ons op, dan kijken we wat de mogelijkheden zijn.

Extra aanbod voor alumni

Online intervisie – per keer – 50 euro, exclusief BTW. Aanmelden kan via www.greenbridges.nl/events, door een e-mail te sturen naar info@gebiedsopstellingen.nl of door het outlook-verzoek te accepteren dat zal worden verstuurd.

Zie onder ‘contact’ meer informatie over annuleringsvoorwaarden.

Maatwerk

Naast de werkplaatsen die wij organiseren worden wij regelmatig gevraagd om een systemische onderzoek te faciliteren rond een maatschappelijke, en/of gebiedsopgave bijvoorbeeld op Springtij (een duurzaamheidsfestival op Terschelling), Oerol of ‘in-house’ bij ministeries of andersoortige maatschappelijke organisaties, bedrijven of tijdens een werkcongres met een gerelateerd thema.

Daarnaast ontwikkelen wij in-house systemische opleidingen voor afdelingen die zich bezig houden met ruimtelijke ordening en opgaven in de fysieke leefomgeving

Zo werkten we in 2024-2025 samen met de Gemeente Rotterdam om de teams Ruimtelijke Ordening in vijf sessies in staat te stellen systemische werkvormen in te zetten in hun eigen werkpraktijk. Als aanvulling op hun eigen manieren van werken.

Neem contact met ons op voor de mogelijkheden. Tarieven zijn afhankelijk van de maatschappelijke context, de intensiteit van een workshop of (serie van) training(en) en de mate waarin we inschatten dat de workshop ons ook op andere manieren ‘verrijkt’ dan alleen door monetaire inkomsten.

Als het even kan begeleiden we een sessie samen, om achteraf ook gezamenlijk te kunnen reflecteren en de verslaglegging vanuit een systemisch ‘gewaarzijn’ vorm te geven.

Systemische verwondering

We nemen regelmatig de tijd om ons ‘systemisch’ te verwonderen en delen deze verwonderingen in de vorm van blogs op LinkedIn of op andere plekken. Hieronder vind je links naar deze ‘verwonderingen’.

Over systeemrebellen en de systemische verleiding om succes simpelweg te willen kopiëren

Over systeemrebellen en de systemische verleiding om succes simpelweg te willen kopiëren:

"Laten we het woningabonnement kopiëren, wat is dat verleidelijk!" Geschreven naar aanleiding van een systemische verkenning over de invloed van het financiële systeem op de energietransitie in de gebouwde omgeving.

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende rollen

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende
rollen

Een serie blogs

Deel 1 - door David: de rol van ontwerper

Zelf heb ik de afgelopen vijfentwintig jaar vanuit verschillende rollen bijgedragen aan gebiedsgericht werken. Het grootste deel van die tijd was ik mij er totaal
niet van bewust dat ik de taal van systemisch werk miste, of dat deze complementair zou kunnen zijn aan de werkwijze die ik wél kende en gebruikte.

Nu ik stap voor stap de kracht van systemisch werk ontdek, zie ik steeds scherper wat ik in het verleden allemaal heb gemist. Of soms eigenlijk impliciet deed, zonder me daar bewust van te zijn geweest.

In deze korte serie onderzoek ik die meerwaarde en synergie van systemisch werk vanuit drie verschillende rollen die ik heb bekleed. De ontwerper, de beleidsmaker en de projectleider. Later volgen ook bespiegelingen van Martine, vanuit haar verschillende rollen.

Ontwerper

In Wageningen ben ik opgeleid als landschapsarchitect, ontwerper van de buitenruimte. De Wageningse hoogleraar Meto Vroom definieerde landschap heel beeldend als ‘datgene wat je ziet als je naar buiten kijkt’. Ik leerde de eerdergenoemde abiotische, netwerk- en occupatielagen van het landschap te fileren. Daarnaast leerde ik het poëtische ‘dansen tussen de schalen’. De schalen van de ruimte, van plek, via gebied, naar regio, land en
zelfs de hele Rijn-Maas Delta. Maar ook het dansen tussen de schalen van de tijd. Van toen, via nu naar straks en later.

Waar komt het landschap vandaan, waarom is het nu zoals het is en wat is mogelijk in de toekomst, door mee te
bewegen op natuurlijke processen of door juist het land onze eigen wil op te leggen?

Zowel in het analyseren van het bestaande landschappelijke systeem als bij het ontwikkelen van nieuwe toekomst-perspectieven staat het onderzoeken van consequenties van ruimtelijke keuzes op andere schaalniveaus altijd voorop. Dit allemaal in lijn met het eerdergenoemde kenmerk van goede ruimtelijke planvorming: Gij zult uw problemen niet afwentelen naar elders of naar later!

Het doordenken of berekenen van de consequenties van afwentelen van ellende is echter wel iets anders dan het fysiek ervaren van die consequenties. Ik heb het daarom altijd een enorme verrijking gevonden om in opstellingen bijvoorbeeld te kunnen zien, horen en voelen wat het effect van keuzes in het hier en nu voor toekomstige generaties kan zijn.

Zo herinner ik me een opstelling over het
stikstofprobleem. Boeren, burgers, overheden en wetenschappers waren in het nu druk met elkaar in de weer. Pas toen de toekomstige generaties werden opgesteld,
werd de urgentie écht voelbaar. Geheel in tranen herinnerde de representant van toekomstige generaties ons eraan dat het geen politiek steekspel is. Dat het
niet gaat om electoraal gewin of om wie er wel of geen gelijk heeft. Niets minder dan het met gepaste trots door kunnen geven van een leefbaar landschap aan onze kinderen, is wat er eigenlijk op het spel staat!

De Wageningse ingenieur die ik was, werd opgeleid in het doorgronden van de fysieke dimensies van ons landschap. Op wat wetenschapsfilosofie na, was er nauwelijks aandacht voor de sociale dimensie van ons werk. Welke interactie tussen mensen, bedrijven, overheden en andere actoren maakt dat we de ruimtelijke keuzes maken
die we maken? Of dat we juist geen keuzes maken, maar eindeloos vasthouden aan dat wat bekend en vertrouwd is, maar ons aantoonbaar niet voorbereid op een volhoudbare toekomst? Het is juist die dimensie die ook in het huidige
tijdsgewricht zo cruciaal is voor nieuw perspectief.

Voor het overgrote deel weten we de technische en fysieke oplossingen voor onze klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis, mestcrisis en energiecrisis eigenlijk al wel. Ruimschoots genoeg om volgens de 80/20 regel met 20 procent van de maatregelen 80 procent van het effect te bereiken zou je zeggen.

Maar het zijn helaas niet de fysieke componenten in de bovenstroom, maar de nog vaak verborgen dynamieken in de onderstroom die maken dat succes veelal uitblijft.

Het loyaal zijn aan technieken en methodes van onze voorouders, het ons als overheid gedragen alsof we een bevoogdende vader zijn van inwoners die al lang een
vader hebben, het ons buitengesloten voelen zodat andermans dromen bijna per definitie niet de onze kunnen zijn, of het vasthouden aan een bestemming voor
een gebied, die wellicht allang bereikt is.

Allemaal systemische patronen die we niet blootleggen of oplossen aan de bestuurstafel of rond de tekentafel. Systemen hebben nu eenmaal de neiging om een status quo in stand te houden. Systemisch gewaarworden en systemische interventies lijken daarom cruciale vaardigheden.

Ook voor de ontwerper in mij, die op zoek is naar impact. Stap voor stap kom ik er nu dus achter dat landschap misschien wel vooral ‘datgene is wat je ziet
als je naar binnen kijkt’.

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende rollen

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende
rollen

Een serie blogs

Deel 2 - door David: de rol van beleidsmaker

De afgelopen vijfentwintig jaar heb ik vanuit
verschillende rollen bijgedragen aan gebiedsgericht werken. Het grootste deel van die tijd was ik mij er totaal niet van bewust dat ik de taal van systemisch werk miste, of dat deze complementair zou kunnen zijn aan de werkwijze die ik wél kende en gebruikte. Nu ik stap voor stap de kracht van systemisch werk ontdek, zie ik steeds scherper dat sommige leidende principes in ons vak toe zijn aan herziening of zelfs een volledige omkering. Ik onderzoek de meerwaarde en synergie van systemisch werk vanuit verschillende rollen die ik heb bekleed. De rol van ontwerper, beleidsmaker en projectleider. Dit artikel gaat over mijn rol als beleidsmaker.

In Den Haag ben ik opgeleid als beleidsmaker. Ik startte dat vak via de prachtige pressurecooker van het Rijkstraineeprogramma. In twee jaar mocht ik op vier verschillende werkplekken onderzoeken wat er
nationaal nodig is om te komen tot zorgvuldige ruimtelijke planning. Bij Rijkswaterstaat leerde ik van mijn hoofdingenieur-directeur (HID) Sjef Diris het principe ‘Je gaat erover of niet’. Zo ontdekte ik de waarde van een heldere ordening van taken en verantwoordelijkheden bij het ontwikkelen van beleid en het organiseren
van de uitvoering.

Ook het subsidiariteitsbeginsel kwam in mijn leven. Het principe om verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij voorkeur neer te leggen op het laagste of meest nabije niveau van bestuur, tenzij een hogere instantie beter in staat is om die verantwoordelijkheid uit te voeren.
Hoe lager in de ordening hoe beter. Wat hoort dan nog thuis op de nationale schaal? Het bleek mij al snel dat dit niet alleen een vakmatige discussie is. Vaststellen wat we centraal organiseren is ook heel politiek. Zo wilde minister Pronk graag zelf rode en groene contouren rond de steden trekken. We hadden de vijfde Nota Ruimte om dat te regelen klaar, maar met de val van het Kabinet over Srebrenica viel
ook de centrale sturing in de ruimtelijke ordening.

Inmiddels is er in de ordening van de ruimtelijke ordening veel gebeurd. De eerste drie kabinetten Rutte gingen vanuit ideologische overtuiging vol voor decentralisatie. Inmiddels is met de Omgevingswet deze nieuwe ordening van ‘Je gaat erover of niet’ geformaliseerd.

Ruimtelijke plannen zijn alleen bindend voor de overheid die ze maakt. Daarmee is de vanzelfsprekende hiërarchische ordening van hoge schaal naar lagere schaal uit de ruimtelijke ordening verdwenen. Je moet stevig
met aanvullende juridische instrumenten gaan strooien, wil je als Rijk nog formele ‘doorwerking’ van je beleid organiseren.

Klopt dit wel? Wat gebeurt er als we vanuit overtuiging zeggen dat een maatschappelijke opgave niet de onze is, maar we onlosmakelijk verbonden zijn met het systeem waarin de opgave zich voordoet?

Hiërarchie verbindt

In opstellingen zien we namelijk dat die gelijkwaardige
horizontale ordening tussen overheden vaak helemaal niet logisch is. Het is voor een systeem juist fijn dat een overheid die kijkt en handelt op een hoger schaalniveau, ook echt de rol inneemt van hoeder van dat overstijgende belang. Dit blijkt ook in het stikstofdebat. Onze nationale overheid moet Europees beleid uitvoeren om aan internationale
verplichtingen te voldoen. Het wordt lastig als deze
verantwoordelijkheid te zeer wordt neergelegd bij lokale overheden of zelfs individuele ondernemers. We vragen hen nu om via eigen en vrijwillige maatregelen gebiedsoverstijgende belangen te behartigen.

In een opstelling over landbouw op de Veluwe zagen we bijvoorbeeld dat het juist de gemeente was die provincie en Rijk kon uitnodigen om vanuit hun plek in de ordening kaders te stellen. Doordat de gemeente zijn eigen
positie in de hiërarchische ordening innam en het leiderschap toonde om dat ook van andere overheden te vragen, kwam er rust in het systeem en dynamiek in de kansen voor ruimtelijke transformatie. Hiërarchische
ordening wil dus niet zeggen dat dit betekent dat oplossingen top down moeten neerdalen op de lagere schaalniveaus.

Landschap verbindt

In gebiedsopstellingen zien we veel gedoe tussen partijen en
gepolariseerde situaties. Een conflict in de bovenstroom kent vaak een oorzaak én een begin van een oplossing in de onderstroom. Wat ons opvalt is dat de partijen zich vaak sterk identificeren met hun eigen primaire taak of opdracht. Dit leidt tot (ogenschijnlijke) belangentegenstellingen, onderlinge frictie en onbegrip. De relaties verharden en het proces van samenwerken aan ruimtelijke ontwikkeling
stagneert. Zo was er bijvoorbeeld een casus van een gemeente waarbij de ontwikkeling van de landbouw en andere functies helemaal vast zat door natuurwetgeving. Boeren, ondernemers en inwoners waren boos op de
overheden, maar zeker ook op elkaar.

In de gebiedsopstelling ontstond ruimte toen één van de overheden heel expliciet het landschap en de
identiteit van het gebied centraal stelde. Deze interventie bracht alle partijen in beweging. In plaats van zich af te zonderen op een eigen plek, groepeerden ze zich rond het landschap en ervoeren ze een gezamenlijk belang én zicht op een gezamenlijk ontwikkelperspectief.

In het landschap komen alle functies samen. We zien in
opstellingen vaak dat het landschap kan fungeren als verbinding tussen partijen. Ze ervaren elk op hun eigen manier zowel een verbondenheid mét als een afhankelijkheid ván het landschap. We zien hoe dat landschap ook verbindend kan zijn bij het formuleren van een gedeelde bestemming.

Stap voor stap kom ik er dus achter dat wij zelf én onze belangen verbonden zijn en dat we vanuit onze eigen plek in de ordening veel invloed hebben op al die andere plekken. Door te werken vanuit het besef van samenhang zijn we veel effectiever dan door te werken vanuit
afgescheidenheid. ‘Je gaat erover of toch!’

Over het verlangen van filmmakers in gebiedsprocessen om samen te werken en de noodzaak om daartoe eerst zelf stevig te staan.

Over het verlangen van filmmakers in gebiedsprocessen om samen te werken en de noodzaak om daartoe eerst zelf stevig te staan. De crux in deze casus: insluiten van 'de eigen schaduw' en de voorouderlijke lijn.

Een aantal filmmakers dat zich betrokken voelt bij gebiedsprocessen staat in de startblokken om zich meer te verenigen om zo meer impact te kunnen hebben. Een van de filmmakers heeft al tijden een online platform klaar staan om deze samenwerking te faciliteren. Daadwerkelijke implementatie stokt nog. Waar ligt dit aan?

In een inventariserende ronde wordt alle aanwezigen gevraagd wat zij zich hierover afvragen. Wat ze delen is aanvullend en richtinggevend voor de systemische verkenning die zal volgen:

- Hebben we zin om iets te zijn met elkaar? Heb ík zin om dit met elkaar te doen?
- Wat is mijn rol in dit geheel? Helpt deze club mij om te groeien?
- Welk verhaal moet veranderd? Hoe kunnen we bijdragen aan de groei van collectieve wijsheid? En wat is mijn rol daarin?
- Wat is mijn plek in het ‘samenwerkingsplatform’ veld? Kan ’t een wij worden?
- Wat is nodig voor een next step?
- Wat is de meerwaarde van samenwerken met andere filmmakers? (dat ’t niet is 1+1 = gedoe?)
- Hoe ziet de buitenwereld ‘het samenwerkingsplatform? Kan dit platform bijdragen om mijn werk te bekrachtigen?
- Gaan we een nieuwe stem worden? Wie is dan de verteller?
- M.b.t. het filmproject ‘x’; hoe kan ‘het samenwerkingsplatform’ dit bekrachtigen?

Begeleiding van deze opstelling is in handen van Martine Verweij. Zij kiest ervoor om de vraag over een concreet filmproject, waar al financiering voor is, centraal te zetten, omdat dit de overige vragen dicht bij de grond en het hier en nu brengt.

De startvraag is dus de vraag van een van de filmmakers, die initiatiefnemer is van een concreet filmproject. Haar vraag is hoe het samenwerkingscollectief dit project kan bekrachtigen?

Als startsituatie komen de volgende elementen in beeld:

  • ‘Het samenwerkingsplatform’
  • De bron/oorsprong/ intentie achter dit platform
  • Het filmproject
  • Geldbron/ financier
  • ‘Filmmaker die initiatief nam voor het samenwerkingsplatform’
  • Initiatiefnemer filmproject
  • Daarbij wordt direct zichtbaar dat ‘samenwerkingsplatform’ redelijk stevig in het midden staat, met ‘de bron’ ernaast op enige afstand, wel goed in ‘t zicht, ook redelijk stevig. ‘Jij bent wel groot’, zegt‘samenwerkingsplatform’ tegen ‘de bron’, je moet niet te dichtbij staan, maar zo sta je goed.

    ‘Het filmproject’ staat aan de andere kant van Het project heeft ‘samenwerkingsplatform’ niet nodig maar ziet ’t wel.

    De representant van de initiatiefnemer van ‘samenwerkingsplatform’ gaat bij het raam staan en kijkt vooral naar buiten, wil alles in de gaten houden.

    ‘De geldbron’ bevindt zich wat op de achtergrond, wil niet te groots/ dominant aanwezig zijn.

    Interventie/ test

    De begeleider vraagt of iedereen een plek kan innemen (als test) die ‘goed is voor jezelf’ en voor het geheel van ‘het samenwerkings-platform’.

    De representant van initiatiefnemer gaat meer in het hart staan van het systeem.

    “Hier kan ik naar buiten kijken en overzien wat er allemaal te zien is, maar ook het interne stuk zien. Jullie allemaal. Er zijn voor iedereen.”

    ‘Het samenwerkingsplatform’ staat voor de initiatiefnemer (op de systemische positie van ‘het kind’).

    Naast hem staat de filmmaker waar initiatiefnemer het meeste mee samenwerkt en het samenwerkingsplatform ook mee de wereld in wil zetten.

    Achter hem ligt ‘geldbron’ op de grond. ‘Filmproject’ blijft ongeveer op dezelfde plek staan. ‘De bron/oorsprong’ blijft ook ongeveer op dezelfde plek staan.

    Als de begeleider vraagt of initiatiefnemer zelf zijn plek
    wil voelen, lukt het hem maar even om te blijven staan op de plek in het centrum.

    Hij beweegt snel richting de bron, aan de linkerkant van de andere filmmaker die hem vanaf het begin steunt bij het initiatief van het samenwerkingsplatform.
    Deze wordt hier onrustig van, zou willen dat hij terug beweegt.

    Dan komt er een representant in voor ‘de schaduwkant van initiatiefnemer’. Deze gaat voor initiatiefnemer staan en wil gezien worden.

    De begeleider vraagt initiatiefnemer terug te gaan naar zijn plek in het hart, rechts van de andere filmmaker met wie hij vanaf de start samenwerkt. Dat doet hij met enige tegenzin. Het lukt hem niet goed te blijven staan.

    Dan vraagt de begeleider of iemand de oorsprong/ bron wil representeren van initiatiefnemer en achter hem wil gaan staan, en hem bij de schouders wil vastpakken. Dit maakt dat initiatiefnemer makkelijker kan blijven staan. Het emotioneert hem.

    Het lijkt erop dat achter hem zijn vaderlijke lijn gerepresenteerd staat.

    De begeleider vraagt hem om de representant van zijn vaderlijke lijn aan te kijken, door zich om te draaien. Dit emotioneert nog meer.

    Ondertussen is de representant van de schaduw van initiatiefnemer gaan zitten. Hij hoeft zich niet meer groot te maken, voelt zich gezien.

    Initiatiefnemer kan beter op z’n plek staan nu. Hij twijfelt wel of het oké is om hier te blijven staan.

    De begeleider zegt: jouw plek is daar, echter, je mag af en toe de dekens over je hoofd trekken. Je hoeft er niet altijd te zijn. Dat kan niemand.

    Nabespreking

    In de nabespreking geeft initiatiefnemer aan; ik zou het hebben gewaardeerd als anderen me hadden gevraagd wat ik nodig heb om door te gaan.

    Begeleider antwoordt daarop; hoe steviger jij staat en doet wat je voelt dat je moet doen, hoe meer de rest van dit systeem input zal geven, zal gaan leveren wat nodig is. Hoe minder je op je eigen plek durft te staan en vertrouwt dat je daar goed staat, hoe makkelijker de anderen in dit systeem achteruitdeinzen/ afhaken.

    Systemische principes die geraakt werden:

    Erbij horen
    - De schaduw van initiatiefnemer wil erbij horen. Als deze gezien wordt, maakt deze zich minder groot.
    - De voorouderlijke lijn van initiatiefnemer wil
    gezien worden. Door deze te erkennen is het mogelijk voor initiatiefnemer om de juiste plek in te nemen in het systeem.

    Ordening
    - Initiatiefnemers plek is in het hart van het systeem, rechts van de andere filmmaker die vanaf het prille begin betrokken was. Initiatiefnemer staat daarmee op de ‘agens’ plek in het systeem; dat wil zeggen de plek die bepaalt, dit zijn we en dit niet. En de plek die de middelen organiseert voor het systeem om te overleven. De andere filmmaker staat op de plek van de uitvoering. De bron/ start intentie staat op de plek van de verbindende kracht in dit systeem (ook wel ‘communio-plek’ genoemd).
    - De geldbron ligt op de grond - dat wil zeggen - deze wil niet bepalend zijn, deze wil simpelweg mogelijk maken. Tegelijkertijd, is de vraag of dit kan. Is de geldbron hiermee niet juist én strategisch belangrijk, én verbonden met wat gemaakt wordt, én een verbindende kracht?

    Balans geven en nemen
    - Als initiatiefnemer op zijn ‘eigen’ plek gaat staan, gaat het stromen in het systeem. Dan pakt ieder z’n verantwoordelijkheid. Doet hij dit niet, dan stokt het.
    - Initiatiefnemers erkenning van de voorouderlijke lijn maakt dat initiatiefnemer op zijn eigen plek kan gaan staan en dat een en ander gaat stromen. Via de voorouderlijke lijn stroomt levensenergie door ons heen. Dit niet accepteren, doet onze eigen stroom van leven stokken.

    Bestemming
    - Dit systeem is een op een verbonden met ‘een/de bron’. Er lijkt geen expliciete bestemming nodig. Het gaat er simpelweg om met de eigen bron, en een grotere bron contact te houden en zo ‘verhalen te vangen’.

    Foto door Jakob Owens via Unsplash

Over ambitie als losgezongen kracht, over de angst voor verbinding bij bestuurders en over het belang van verbinding.

Over ambitie als losgezongen kracht, over de angst voor verbinding bij bestuurders en over het belang van verbinding met een 'dieper/inheems weten' om ambities op gebiedsniveau waar te maken

Het belang van doseren in plaats van aanjagen. Een blog over de casus: de waterstofambities in Noord-Nederland – impact op de Drentenaar.

Over de systemische waarde van een stapje terug doen

Over de systemische waarde van een stapje terug doen

Wat zou de liefde nu doen? De vraag van een deelnemer met groot gevoel voor verantwoordelijkheid over wat haar te doen stond als projectmanager verduurzaming, leidde bij alle betrokkenen tot een bijzonder inzicht. Het is een vanzelfsprekende aanname dat we ‘het goede’ doen wanneer we actief en initiatiefrijk zijn. Maar waarom zou ‘doen’ eigenlijk beter zijn dan ‘laten’? En waarom zou ‘inspanning’ beter zijn dan ‘ontspanning’?

Testimonials

Deelname aan de werkplaats gebiedsopstellingen was voor mij leerzaam én heel bijzonder! De opstellingen maakten patronen en situaties die doorgaans in gebiedsprocessen verborgen blijven, zichtbaar. Je kon er niet meer omheen. Het gaf ook inzicht in welke richting je verder zou kunnen gaan in het gebiedsproces. Het was bijzonder dit met andere deelnemers te doen. De meesten net als ik werkzaam in het fysieke domein. Martine en David zijn deskundig en creatief als begeleider. Wat ik ook mooi vond, is dat ze lieten zien hoe ze opstellingen zelf in hun eigen werk en leven gebruiken voor systemisch inzicht in situaties. Ik raad iedereen aan die betrokken is bij gebiedsprocessen, om deel te nemen, vooral als je gewend bent primair vanuit je hoofd te werken.

Ingeborg de Groot, Recreatieschap Drenthe

Ik heb ervaren dat een gebiedsopstelling verrassend nieuwe en diepe inzichten kan opleveren voor een gebied en hoe je omgaat met een gebied. Je gaat echt een laag dieper het gebied in en raakt de emoties van een gebied. Dat geeft overzicht, nieuw zicht en stof tot nadenken. Ik denk dat gebieden sterker kunnen ‘kiemen’ als in een proces ook gebiedsopstelling een plek gaat krijgen. En eigenlijk popel ik om andere gebiedsvraagstukken waar de samenwerking ‘niet stroomt’ in te brengen om te kijken of een gebiedsopstelling daar ook tot vernieuwende inzichten kan leiden.

Elisabeth Stoit, projectleider Van Gogh Drenthe

Verrassend hoe krachtig de kunst van het opstellen ook voor een gebied werkt. De onderstroom boven halen en werken met alles wat er speelt in een samenwerking. Alles heeft een plek, ook als het niet aan een vergadertafel zit.

Caroline Porsius, Staatsbosbeheer

Het begrijpen van de positie van organisaties in een organisatienetwerk is een belangrijke sleutel om tot gezamenlijke stappen te komen. Bij de werkplaats gebiedsopstellingen zag ik hoe die posities in de ruimte zichtbaar kunnen worden en zo tot meer inzicht kunnen leiden. Ik ga de handvatten zeker gebruiken.

Programmamanager organisatienetwerk Onderwijs-Bedrijven-Gemeenten

De werkplaats gebiedsopstellingen was een leerzame, leuke en productieve dag. Het opstellen van het speelveld en spelers van een concrete werkcasus, toonde me de dynamiek, zowel boven als onder water. Ook mijn eigen rol en mogelijkheden daarin werden scherp.

Chris Mudde, Hoogheemraadschap Rijnland

We leven in een gespannen en complexe wereld. Ruimte geven aan en rekening houden met onuitgesproken belangen en gevoelens wordt steeds belangrijker. Zonder de ontwikkeling die nodig is uit het oog te verliezen. Werken met gebiedsopstellingen ondersteunt daarbij.

Hiske de Ridder, Hoogheemraadschap Rijnland

Gebiedsopstellingen zijn als een stakeholderanalyse op dieper niveau, omdat je blik niet blijft steken op posities en stellingnamen, maar je fysiek op zoek gaat naar onderliggende beweegredenen, verwachtingen en emoties. Het is indrukwekkend om te zien welke diepere kennis dan naar voren komt. Veel waardering heb ik voor de openheid van de deelnemers en de prettige en professionele begeleiding van Martine en David.

Tetje Falentijn, Stichting LandschappenNL

We hebben het met elkaar steeds vaker over het nut en de noodzaak van gebiedsgedreven werken en over bodem en water sturend werken, maar nagenoeg even vaak gaan we daarbij voorbij aan het belang van het werkelijk insluiten van het gebied, de bodem, het water zelf om tot een kloppende oplossing te komen. Hoe sluit je ‘elementen’ als deze in? Ik heb nu voor de tweede keer een werkplaats gebiedsopstellingen bij Martine Verweij en David van Zelm van Eldik gevolgd en zij maken glashelder inzichtelijk wat systemisch werk voor mijn werkveld kan betekenen. In plaats van doormodderen in symptoombestrijding, kijken naar wat we in de onderstroom met elkaar te doen hebben. Daar hoort de ‘wet’ van het insluiten bij. Daarbij verstaan Martine en David de kunst om te blijven onderzoeken hoe gebiedsopstellingen nu precies werken (het is nog een jong vakgebied) en nemen daarin de deelnemers volle bak mee. Tijdens de werkplaatsen voel ik mij gehoord, haal ik inzichten op over vastgelopen werksituaties, verdiep ik mijn systemische kennis en krijg ik handvaten mee om die kennis op mijn beurt in te zetten in mijn werk.

Puck Moll – procesbegeleider gebiedsprocessen

Contact

David van Zelm van Eldik en Martine Verweij zijn beiden bereikbaar via info@gebiedsopstellingen.nl. Telefonisch is David te bereiken via 06-24995985.
Martine is telefonisch te bereiken via 06-30736851.

Annuleringsvoorwaarden werkplaatsen

Financiële verplichtingen bij annulering: tot 7 dagen voor de aanvang van de
training 100%, 7 – 14 dagen voor de aanvang van de training 80%, 14 – 21
dagen voor de aanvang van de training 60%, 3 weken of langer van te
voren kan kosteloos worden afgezegd. Annulering is
alleen mogelijk per e-mail naar info@gebiedsopstellingen.nl.

Verhindering door ziekte: In geval van ziekte van David of Martine zal de training doorgang vinden, met een van beiden als begeleider. Als David en Martine beiden ziek zijn mogen deelnemers meedoen bij volgende geplande werkplaatsen.

Te weinig deelnemers: Als er minder dan 3 deelnemers zijn behouden David en Martine het recht om de werkplaats te annuleren en deelnemers te vragen mee te doen met een volgende editie.

Back To Top