Skip to content

Systemische verwondering

We nemen regelmatig de tijd om ons ‘systemisch’ te verwonderen en delen deze verwonderingen in de vorm van blogs op LinkedIn of op andere plekken. Hieronder vind je links naar deze ‘verwonderingen’.

Over systeemrebellen en de systemische verleiding om succes simpelweg te willen kopiëren

Over systeemrebellen en de systemische verleiding om succes simpelweg te willen kopiëren:

"Laten we het woningabonnement kopiëren, wat is dat verleidelijk!" Geschreven naar aanleiding van een systemische verkenning over de invloed van het financiële systeem op de energietransitie in de gebouwde omgeving.

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende rollen

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende
rollen

Een serie blogs

Deel 1 - door David: de rol van ontwerper

Zelf heb ik de afgelopen vijfentwintig jaar vanuit verschillende rollen bijgedragen aan gebiedsgericht werken. Het grootste deel van die tijd was ik mij er totaal
niet van bewust dat ik de taal van systemisch werk miste, of dat deze complementair zou kunnen zijn aan de werkwijze die ik wél kende en gebruikte.

Nu ik stap voor stap de kracht van systemisch werk ontdek, zie ik steeds scherper wat ik in het verleden allemaal heb gemist. Of soms eigenlijk impliciet deed, zonder me daar bewust van te zijn geweest.

In deze korte serie onderzoek ik die meerwaarde en synergie van systemisch werk vanuit drie verschillende rollen die ik heb bekleed. De ontwerper, de beleidsmaker en de projectleider. Later volgen ook bespiegelingen van Martine, vanuit haar verschillende rollen.

Ontwerper

In Wageningen ben ik opgeleid als landschapsarchitect, ontwerper van de buitenruimte. De Wageningse hoogleraar Meto Vroom definieerde landschap heel beeldend als ‘datgene wat je ziet als je naar buiten kijkt’. Ik leerde de eerdergenoemde abiotische, netwerk- en occupatielagen van het landschap te fileren. Daarnaast leerde ik het poëtische ‘dansen tussen de schalen’. De schalen van de ruimte, van plek, via gebied, naar regio, land en
zelfs de hele Rijn-Maas Delta. Maar ook het dansen tussen de schalen van de tijd. Van toen, via nu naar straks en later.

Waar komt het landschap vandaan, waarom is het nu zoals het is en wat is mogelijk in de toekomst, door mee te
bewegen op natuurlijke processen of door juist het land onze eigen wil op te leggen?

Zowel in het analyseren van het bestaande landschappelijke systeem als bij het ontwikkelen van nieuwe toekomst-perspectieven staat het onderzoeken van consequenties van ruimtelijke keuzes op andere schaalniveaus altijd voorop. Dit allemaal in lijn met het eerdergenoemde kenmerk van goede ruimtelijke planvorming: Gij zult uw problemen niet afwentelen naar elders of naar later!

Het doordenken of berekenen van de consequenties van afwentelen van ellende is echter wel iets anders dan het fysiek ervaren van die consequenties. Ik heb het daarom altijd een enorme verrijking gevonden om in opstellingen bijvoorbeeld te kunnen zien, horen en voelen wat het effect van keuzes in het hier en nu voor toekomstige generaties kan zijn.

Zo herinner ik me een opstelling over het
stikstofprobleem. Boeren, burgers, overheden en wetenschappers waren in het nu druk met elkaar in de weer. Pas toen de toekomstige generaties werden opgesteld,
werd de urgentie écht voelbaar. Geheel in tranen herinnerde de representant van toekomstige generaties ons eraan dat het geen politiek steekspel is. Dat het
niet gaat om electoraal gewin of om wie er wel of geen gelijk heeft. Niets minder dan het met gepaste trots door kunnen geven van een leefbaar landschap aan onze kinderen, is wat er eigenlijk op het spel staat!

De Wageningse ingenieur die ik was, werd opgeleid in het doorgronden van de fysieke dimensies van ons landschap. Op wat wetenschapsfilosofie na, was er nauwelijks aandacht voor de sociale dimensie van ons werk. Welke interactie tussen mensen, bedrijven, overheden en andere actoren maakt dat we de ruimtelijke keuzes maken
die we maken? Of dat we juist geen keuzes maken, maar eindeloos vasthouden aan dat wat bekend en vertrouwd is, maar ons aantoonbaar niet voorbereid op een volhoudbare toekomst? Het is juist die dimensie die ook in het huidige
tijdsgewricht zo cruciaal is voor nieuw perspectief.

Voor het overgrote deel weten we de technische en fysieke oplossingen voor onze klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis, mestcrisis en energiecrisis eigenlijk al wel. Ruimschoots genoeg om volgens de 80/20 regel met 20 procent van de maatregelen 80 procent van het effect te bereiken zou je zeggen.

Maar het zijn helaas niet de fysieke componenten in de bovenstroom, maar de nog vaak verborgen dynamieken in de onderstroom die maken dat succes veelal uitblijft.

Het loyaal zijn aan technieken en methodes van onze voorouders, het ons als overheid gedragen alsof we een bevoogdende vader zijn van inwoners die al lang een
vader hebben, het ons buitengesloten voelen zodat andermans dromen bijna per definitie niet de onze kunnen zijn, of het vasthouden aan een bestemming voor
een gebied, die wellicht allang bereikt is.

Allemaal systemische patronen die we niet blootleggen of oplossen aan de bestuurstafel of rond de tekentafel. Systemen hebben nu eenmaal de neiging om een status quo in stand te houden. Systemisch gewaarworden en systemische interventies lijken daarom cruciale vaardigheden.

Ook voor de ontwerper in mij, die op zoek is naar impact. Stap voor stap kom ik er nu dus achter dat landschap misschien wel vooral ‘datgene is wat je ziet
als je naar binnen kijkt’.

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende rollen

Meerwaarde systemisch werk vanuit verschillende
rollen

Een serie blogs

Deel 2 - door David: de rol van beleidsmaker

De afgelopen vijfentwintig jaar heb ik vanuit
verschillende rollen bijgedragen aan gebiedsgericht werken. Het grootste deel van die tijd was ik mij er totaal niet van bewust dat ik de taal van systemisch werk miste, of dat deze complementair zou kunnen zijn aan de werkwijze die ik wél kende en gebruikte. Nu ik stap voor stap de kracht van systemisch werk ontdek, zie ik steeds scherper dat sommige leidende principes in ons vak toe zijn aan herziening of zelfs een volledige omkering. Ik onderzoek de meerwaarde en synergie van systemisch werk vanuit verschillende rollen die ik heb bekleed. De rol van ontwerper, beleidsmaker en projectleider. Dit artikel gaat over mijn rol als beleidsmaker.

In Den Haag ben ik opgeleid als beleidsmaker. Ik startte dat vak via de prachtige pressurecooker van het Rijkstraineeprogramma. In twee jaar mocht ik op vier verschillende werkplekken onderzoeken wat er
nationaal nodig is om te komen tot zorgvuldige ruimtelijke planning. Bij Rijkswaterstaat leerde ik van mijn hoofdingenieur-directeur (HID) Sjef Diris het principe ‘Je gaat erover of niet’. Zo ontdekte ik de waarde van een heldere ordening van taken en verantwoordelijkheden bij het ontwikkelen van beleid en het organiseren
van de uitvoering.

Ook het subsidiariteitsbeginsel kwam in mijn leven. Het principe om verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij voorkeur neer te leggen op het laagste of meest nabije niveau van bestuur, tenzij een hogere instantie beter in staat is om die verantwoordelijkheid uit te voeren.
Hoe lager in de ordening hoe beter. Wat hoort dan nog thuis op de nationale schaal? Het bleek mij al snel dat dit niet alleen een vakmatige discussie is. Vaststellen wat we centraal organiseren is ook heel politiek. Zo wilde minister Pronk graag zelf rode en groene contouren rond de steden trekken. We hadden de vijfde Nota Ruimte om dat te regelen klaar, maar met de val van het Kabinet over Srebrenica viel
ook de centrale sturing in de ruimtelijke ordening.

Inmiddels is er in de ordening van de ruimtelijke ordening veel gebeurd. De eerste drie kabinetten Rutte gingen vanuit ideologische overtuiging vol voor decentralisatie. Inmiddels is met de Omgevingswet deze nieuwe ordening van ‘Je gaat erover of niet’ geformaliseerd.

Ruimtelijke plannen zijn alleen bindend voor de overheid die ze maakt. Daarmee is de vanzelfsprekende hiërarchische ordening van hoge schaal naar lagere schaal uit de ruimtelijke ordening verdwenen. Je moet stevig
met aanvullende juridische instrumenten gaan strooien, wil je als Rijk nog formele ‘doorwerking’ van je beleid organiseren.

Klopt dit wel? Wat gebeurt er als we vanuit overtuiging zeggen dat een maatschappelijke opgave niet de onze is, maar we onlosmakelijk verbonden zijn met het systeem waarin de opgave zich voordoet?

Hiërarchie verbindt

In opstellingen zien we namelijk dat die gelijkwaardige
horizontale ordening tussen overheden vaak helemaal niet logisch is. Het is voor een systeem juist fijn dat een overheid die kijkt en handelt op een hoger schaalniveau, ook echt de rol inneemt van hoeder van dat overstijgende belang. Dit blijkt ook in het stikstofdebat. Onze nationale overheid moet Europees beleid uitvoeren om aan internationale
verplichtingen te voldoen. Het wordt lastig als deze
verantwoordelijkheid te zeer wordt neergelegd bij lokale overheden of zelfs individuele ondernemers. We vragen hen nu om via eigen en vrijwillige maatregelen gebiedsoverstijgende belangen te behartigen.

In een opstelling over landbouw op de Veluwe zagen we bijvoorbeeld dat het juist de gemeente was die provincie en Rijk kon uitnodigen om vanuit hun plek in de ordening kaders te stellen. Doordat de gemeente zijn eigen
positie in de hiërarchische ordening innam en het leiderschap toonde om dat ook van andere overheden te vragen, kwam er rust in het systeem en dynamiek in de kansen voor ruimtelijke transformatie. Hiërarchische
ordening wil dus niet zeggen dat dit betekent dat oplossingen top down moeten neerdalen op de lagere schaalniveaus.

Landschap verbindt

In gebiedsopstellingen zien we veel gedoe tussen partijen en
gepolariseerde situaties. Een conflict in de bovenstroom kent vaak een oorzaak én een begin van een oplossing in de onderstroom. Wat ons opvalt is dat de partijen zich vaak sterk identificeren met hun eigen primaire taak of opdracht. Dit leidt tot (ogenschijnlijke) belangentegenstellingen, onderlinge frictie en onbegrip. De relaties verharden en het proces van samenwerken aan ruimtelijke ontwikkeling
stagneert. Zo was er bijvoorbeeld een casus van een gemeente waarbij de ontwikkeling van de landbouw en andere functies helemaal vast zat door natuurwetgeving. Boeren, ondernemers en inwoners waren boos op de
overheden, maar zeker ook op elkaar.

In de gebiedsopstelling ontstond ruimte toen één van de overheden heel expliciet het landschap en de
identiteit van het gebied centraal stelde. Deze interventie bracht alle partijen in beweging. In plaats van zich af te zonderen op een eigen plek, groepeerden ze zich rond het landschap en ervoeren ze een gezamenlijk belang én zicht op een gezamenlijk ontwikkelperspectief.

In het landschap komen alle functies samen. We zien in
opstellingen vaak dat het landschap kan fungeren als verbinding tussen partijen. Ze ervaren elk op hun eigen manier zowel een verbondenheid mét als een afhankelijkheid ván het landschap. We zien hoe dat landschap ook verbindend kan zijn bij het formuleren van een gedeelde bestemming.

Stap voor stap kom ik er dus achter dat wij zelf én onze belangen verbonden zijn en dat we vanuit onze eigen plek in de ordening veel invloed hebben op al die andere plekken. Door te werken vanuit het besef van samenhang zijn we veel effectiever dan door te werken vanuit
afgescheidenheid. ‘Je gaat erover of toch!’

Over het verlangen van filmmakers in gebiedsprocessen om samen te werken en de noodzaak om daartoe eerst zelf stevig te staan.

Over het verlangen van filmmakers in gebiedsprocessen om samen te werken en de noodzaak om daartoe eerst zelf stevig te staan. De crux in deze casus: insluiten van 'de eigen schaduw' en de voorouderlijke lijn.

Een aantal filmmakers dat zich betrokken voelt bij gebiedsprocessen staat in de startblokken om zich meer te verenigen om zo meer impact te kunnen hebben. Een van de filmmakers heeft al tijden een online platform klaar staan om deze samenwerking te faciliteren. Daadwerkelijke implementatie stokt nog. Waar ligt dit aan?

In een inventariserende ronde wordt alle aanwezigen gevraagd wat zij zich hierover afvragen. Wat ze delen is aanvullend en richtinggevend voor de systemische verkenning die zal volgen:

- Hebben we zin om iets te zijn met elkaar? Heb ík zin om dit met elkaar te doen?
- Wat is mijn rol in dit geheel? Helpt deze club mij om te groeien?
- Welk verhaal moet veranderd? Hoe kunnen we bijdragen aan de groei van collectieve wijsheid? En wat is mijn rol daarin?
- Wat is mijn plek in het ‘samenwerkingsplatform’ veld? Kan ’t een wij worden?
- Wat is nodig voor een next step?
- Wat is de meerwaarde van samenwerken met andere filmmakers? (dat ’t niet is 1+1 = gedoe?)
- Hoe ziet de buitenwereld ‘het samenwerkingsplatform? Kan dit platform bijdragen om mijn werk te bekrachtigen?
- Gaan we een nieuwe stem worden? Wie is dan de verteller?
- M.b.t. het filmproject ‘x’; hoe kan ‘het samenwerkingsplatform’ dit bekrachtigen?

Begeleiding van deze opstelling is in handen van Martine Verweij. Zij kiest ervoor om de vraag over een concreet filmproject, waar al financiering voor is, centraal te zetten, omdat dit de overige vragen dicht bij de grond en het hier en nu brengt.

De startvraag is dus de vraag van een van de filmmakers, die initiatiefnemer is van een concreet filmproject. Haar vraag is hoe het samenwerkingscollectief dit project kan bekrachtigen?

Als startsituatie komen de volgende elementen in beeld:

  • ‘Het samenwerkingsplatform’
  • De bron/oorsprong/ intentie achter dit platform
  • Het filmproject
  • Geldbron/ financier
  • ‘Filmmaker die initiatief nam voor het samenwerkingsplatform’
  • Initiatiefnemer filmproject
  • Daarbij wordt direct zichtbaar dat ‘samenwerkingsplatform’ redelijk stevig in het midden staat, met ‘de bron’ ernaast op enige afstand, wel goed in ‘t zicht, ook redelijk stevig. ‘Jij bent wel groot’, zegt‘samenwerkingsplatform’ tegen ‘de bron’, je moet niet te dichtbij staan, maar zo sta je goed.

    ‘Het filmproject’ staat aan de andere kant van Het project heeft ‘samenwerkingsplatform’ niet nodig maar ziet ’t wel.

    De representant van de initiatiefnemer van ‘samenwerkingsplatform’ gaat bij het raam staan en kijkt vooral naar buiten, wil alles in de gaten houden.

    ‘De geldbron’ bevindt zich wat op de achtergrond, wil niet te groots/ dominant aanwezig zijn.

    Interventie/ test

    De begeleider vraagt of iedereen een plek kan innemen (als test) die ‘goed is voor jezelf’ en voor het geheel van ‘het samenwerkings-platform’.

    De representant van initiatiefnemer gaat meer in het hart staan van het systeem.

    “Hier kan ik naar buiten kijken en overzien wat er allemaal te zien is, maar ook het interne stuk zien. Jullie allemaal. Er zijn voor iedereen.”

    ‘Het samenwerkingsplatform’ staat voor de initiatiefnemer (op de systemische positie van ‘het kind’).

    Naast hem staat de filmmaker waar initiatiefnemer het meeste mee samenwerkt en het samenwerkingsplatform ook mee de wereld in wil zetten.

    Achter hem ligt ‘geldbron’ op de grond. ‘Filmproject’ blijft ongeveer op dezelfde plek staan. ‘De bron/oorsprong’ blijft ook ongeveer op dezelfde plek staan.

    Als de begeleider vraagt of initiatiefnemer zelf zijn plek
    wil voelen, lukt het hem maar even om te blijven staan op de plek in het centrum.

    Hij beweegt snel richting de bron, aan de linkerkant van de andere filmmaker die hem vanaf het begin steunt bij het initiatief van het samenwerkingsplatform.
    Deze wordt hier onrustig van, zou willen dat hij terug beweegt.

    Dan komt er een representant in voor ‘de schaduwkant van initiatiefnemer’. Deze gaat voor initiatiefnemer staan en wil gezien worden.

    De begeleider vraagt initiatiefnemer terug te gaan naar zijn plek in het hart, rechts van de andere filmmaker met wie hij vanaf de start samenwerkt. Dat doet hij met enige tegenzin. Het lukt hem niet goed te blijven staan.

    Dan vraagt de begeleider of iemand de oorsprong/ bron wil representeren van initiatiefnemer en achter hem wil gaan staan, en hem bij de schouders wil vastpakken. Dit maakt dat initiatiefnemer makkelijker kan blijven staan. Het emotioneert hem.

    Het lijkt erop dat achter hem zijn vaderlijke lijn gerepresenteerd staat.

    De begeleider vraagt hem om de representant van zijn vaderlijke lijn aan te kijken, door zich om te draaien. Dit emotioneert nog meer.

    Ondertussen is de representant van de schaduw van initiatiefnemer gaan zitten. Hij hoeft zich niet meer groot te maken, voelt zich gezien.

    Initiatiefnemer kan beter op z’n plek staan nu. Hij twijfelt wel of het oké is om hier te blijven staan.

    De begeleider zegt: jouw plek is daar, echter, je mag af en toe de dekens over je hoofd trekken. Je hoeft er niet altijd te zijn. Dat kan niemand.

    Nabespreking

    In de nabespreking geeft initiatiefnemer aan; ik zou het hebben gewaardeerd als anderen me hadden gevraagd wat ik nodig heb om door te gaan.

    Begeleider antwoordt daarop; hoe steviger jij staat en doet wat je voelt dat je moet doen, hoe meer de rest van dit systeem input zal geven, zal gaan leveren wat nodig is. Hoe minder je op je eigen plek durft te staan en vertrouwt dat je daar goed staat, hoe makkelijker de anderen in dit systeem achteruitdeinzen/ afhaken.

    Systemische principes die geraakt werden:

    Erbij horen
    - De schaduw van initiatiefnemer wil erbij horen. Als deze gezien wordt, maakt deze zich minder groot.
    - De voorouderlijke lijn van initiatiefnemer wil
    gezien worden. Door deze te erkennen is het mogelijk voor initiatiefnemer om de juiste plek in te nemen in het systeem.

    Ordening
    - Initiatiefnemers plek is in het hart van het systeem, rechts van de andere filmmaker die vanaf het prille begin betrokken was. Initiatiefnemer staat daarmee op de ‘agens’ plek in het systeem; dat wil zeggen de plek die bepaalt, dit zijn we en dit niet. En de plek die de middelen organiseert voor het systeem om te overleven. De andere filmmaker staat op de plek van de uitvoering. De bron/ start intentie staat op de plek van de verbindende kracht in dit systeem (ook wel ‘communio-plek’ genoemd).
    - De geldbron ligt op de grond - dat wil zeggen - deze wil niet bepalend zijn, deze wil simpelweg mogelijk maken. Tegelijkertijd, is de vraag of dit kan. Is de geldbron hiermee niet juist én strategisch belangrijk, én verbonden met wat gemaakt wordt, én een verbindende kracht?

    Balans geven en nemen
    - Als initiatiefnemer op zijn ‘eigen’ plek gaat staan, gaat het stromen in het systeem. Dan pakt ieder z’n verantwoordelijkheid. Doet hij dit niet, dan stokt het.
    - Initiatiefnemers erkenning van de voorouderlijke lijn maakt dat initiatiefnemer op zijn eigen plek kan gaan staan en dat een en ander gaat stromen. Via de voorouderlijke lijn stroomt levensenergie door ons heen. Dit niet accepteren, doet onze eigen stroom van leven stokken.

    Bestemming
    - Dit systeem is een op een verbonden met ‘een/de bron’. Er lijkt geen expliciete bestemming nodig. Het gaat er simpelweg om met de eigen bron, en een grotere bron contact te houden en zo ‘verhalen te vangen’.

    Foto door Jakob Owens via Unsplash

Over ambitie als losgezongen kracht, over de angst voor verbinding bij bestuurders en over het belang van verbinding.

Over ambitie als losgezongen kracht, over de angst voor verbinding bij bestuurders en over het belang van verbinding met een 'dieper/inheems weten' om ambities op gebiedsniveau waar te maken

Het belang van doseren in plaats van aanjagen. Een blog over de casus: de waterstofambities in Noord-Nederland – impact op de Drentenaar.

Over de systemische waarde van een stapje terug doen

Over de systemische waarde van een stapje terug doen

Wat zou de liefde nu doen? De vraag van een deelnemer met groot gevoel voor verantwoordelijkheid over wat haar te doen stond als projectmanager verduurzaming, leidde bij alle betrokkenen tot een bijzonder inzicht. Het is een vanzelfsprekende aanname dat we ‘het goede’ doen wanneer we actief en initiatiefrijk zijn. Maar waarom zou ‘doen’ eigenlijk beter zijn dan ‘laten’? En waarom zou ‘inspanning’ beter zijn dan ‘ontspanning’?

Contact

David van Zelm van Eldik en Martine Verweij zijn beiden bereikbaar via info@gebiedsopstellingen.nl. Telefonisch is David te bereiken via 06-24995985.
Martine is telefonisch te bereiken via 06-30736851.

Annuleringsvoorwaarden werkplaatsen

Financiële verplichtingen bij annulering: tot 7 dagen voor de aanvang van de
training 100%, 7 – 14 dagen voor de aanvang van de training 80%, 14 – 21
dagen voor de aanvang van de training 60%, 3 weken of langer van te
voren kan kosteloos worden afgezegd. Annulering is
alleen mogelijk per e-mail naar info@gebiedsopstellingen.nl.

Verhindering door ziekte: In geval van ziekte van David of Martine zal de training doorgang vinden, met een van beiden als begeleider. Als David en Martine beiden ziek zijn mogen deelnemers meedoen bij volgende geplande werkplaatsen.

Te weinig deelnemers: Als er minder dan 3 deelnemers zijn behouden David en Martine het recht om de werkplaats te annuleren en deelnemers te vragen mee te doen met een volgende editie.

Back To Top